Professionals van gemeenten en aanbieders lopen stage, deel III

Gemeenten moeten het inkopen van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning vooral niet te moeilijk maken. Ook moeten ze het gesprek met (zorg)aanbieders veel meer aangaan. Dat is waar veel professionals van (zorg)aanbieders het over eens zijn na hun stage bij een gemeente. Opvallend genoeg adviseren professionals van gemeenten (zorg)aanbieders hetzelfde: ga met ons in gesprek! Die gedeelde overtuiging kan iedereen dus ter harte nemen. Waar gemeenten inkopen van zorg te ingewikkeld maken, kunnen (zorg)aanbieders wel iets concreter en inzichtelijker maken wat ze nu eigenlijk gaan leveren. Dat menen in ieder geval meerdere deelnemers van gemeenten na hun stage bij een (zorg)aanbieder.

8 Deelnemers aan Wisselstage! van links naar rechts Iris Stokman, Job de Boer, Kamiel Zijderveld, Leanthe van Harten, Lisa Bieleman, Mariette van der Zouw, Mary van Termeij, Renske Gercema

Vijf jaar na de decentralisaties in het sociaal domein ervaren veel betrokkenen het inkopen en aanbesteden van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning nog steeds als een lastig proces. (Zorg)aanbieders en gemeenten moeten de zorg in een regio samen vormgeven, maar kennis van elkaars werkwijzen en diensten ontbreekt. Het stageprogramma ‘Wisselstage!’ werd ingezet om vooral van elkaar te leren. Professionals van (zorg)aanbieders liepen in november 2020 vier dagen stage bij gemeenten. De week erna waren de rollen omgedraaid. Hoe de stage is bevallen en wat de deelnemers ervan leerden, leest u in dit artikel en de twee artikelen die eerder verschenen. In dit artikel vertellen de deelnemers welk advies zij hun stageplek en hun eigen organisatie geven. In het volgende en laatste artikel dat binnenkort verschijnt, gaan de deelnemers in op de vraag wat zij van hun stageperiode hebben geleerd en hoe zij denken ‘het geleerde in de praktijk’ te gaan brengen.

Samenwerken vraagt tijd nemen

“Neem toch tijd om het gesprek aan te gaan met zorgaanbieders en te werken aan co-creatie.” Carine de Bruine van Team050 adviseert haar gemeentelijke stageplek de focus te verleggen: “Er werken bij jullie mensen die echt een wens hebben om het goed te doen en willen werken vanuit de bedoeling. Je hebt positieve ervaringen nodig om daarvoor gemotiveerd te blijven. Van jeugdigen vragen we ook altijd om te kijken naar wat goed gaat en om te leren van succeservaringen. Zorg dat daar ook binnen de gemeente tijd en aandacht voor is. Probeer de focus op de tekorten los te laten en zoek vanuit wat wel goed gaat naar verbetermogelijkheden. Dat geeft energie en voorkomt dat we met z’n allen in de knel komen te zitten.” Elise Aartsen, 's Heeren Loo is het daarmee eens: “Ga meer met aanbieders het strategisch gesprek aan. Zorg dat je elkaar kan vinden als sparringpartners!”

Het klinkt goed, simpel zelfs: ga gewoon meer met elkaar in gesprek. Waarom gebeurt dat in de praktijk dan te weinig? Ingrid van Rens van Vincent van Gogh (specialistische geestelijke gezondheidszorg, red.) stelde zichzelf diezelfde vraag: “Stel elkaar meer vragen. Aan Iris stelde ik vragen die ik bij een gemeente waar ik een contract mee heb, niet stel. En dan krijg je een ander – meer open – gesprek.” Het belang om - ook buiten Wisselstage! - het gesprek aan te gaan, wordt niet alleen gezien door Ingrid. Jeroen Zomerplaag, Philadelphia: “Kijk als gemeente hoe je vaker het soort gesprekken kunt hebben met zorgaanbieders, zoals we tijdens de stage hadden. In de reguliere contacten die er tussen de gemeente en zorgaanbieder zijn, is daar nu geen ruimte voor, waardoor we elk bezig zijn met onze eigen oplossingen voor dezelfde vraagstukken.”

Samenwerking zorgt ook voor een hoop duidelijkheid

Onbekend maakt onbemind. Positieve ervaringen, het verleggen van focus en ‘een ander soort gesprekken’, zijn belangrijk voor de samenwerking tussen (zorg)aanbieders en gemeenten. Niet alleen relationeel, ook inhoudelijk levert zo’n samenwerking veel op. Leanthe van Harten van Levell: “In algemene zin, zou ik gemeenten het advies geven om de consequenties van contracten en afspraken op voorhand beter door te spreken met aanbieders. Iets wat misschien heel logisch klinkt aan de kant van de gemeente, kan bijvoorbeeld heel veel administratieve last aan de kant van aanbieders opleveren. Datzelfde geldt voor het opstellen van de visie: doe dat samen met de uitvoeringspartijen en luister naar de ervaringen uit de praktijk.” Mariette van der Zouw van Allerzorg vult aan: “Voor gemeenten is het goed om in het voortraject van een nieuwe aanbesteding bij zorgaanbieders al informatie op te vragen door onder meer ‘de voorlopige inhoud’ van de opdracht te delen. Zo kunnen zorgaanbieders op voorhand een keuze maken of ze wel of niet inschrijven op een opdracht.” Ook Mary van Termeij van Kwintes is scherp op de inhoud van de samenwerking. Zij pleit voor “frequent onderling overleg en een strakke monitoring.”

Samenwerken is gebaat bij frequent overleg over die samenwerking

Als Wisselstage! één ding leert, is dat praten over de samenwerking tussen gemeenten en (zorg)aanbieders van essentieel belang is. Wisselstage zet daartoe aan omdat je een kijkje krijgt in de keuken van je samenwerkingspartner. Dat geeft te denken hoe je zelf samenwerkt, maar ook wat je plezierig vindt van de ander. Welke tips geven de deelnemers om de samenwerking zo nu en dan eens goed tegen het licht te houden? ”Zoek in de huidige contractperiode het gesprek met gemeenten en laat zien hoe jouw organisatie werkt aan de transformatie van de zorg. Daarmee toon je je een strategische partner en dat zal in de toekomst zeker zijn vruchten afwerpen,” aldus Kevin Meijer van de gemeente Arnhem. Celine Starke van de gemeente Dalfsen: “Blijf communiceren naar gemeenten over de gevolgen van bepaalde keuzes voor aanbieders. Met name op het gebied van gezamenlijke inkoop en administratieve lastenvermindering denk ik dat we nog veel winst kunnen behalen in de toekomst.”

Inge van der Heiden van de Gemeente Alphen aan den Rijn adviseert (zorg)aanbieders  vooral ook om onderling goed samen te werken: “Zo kunnen zij gemeenten nog meer expertise bieden.” Van der Heiden vervolgt: “Gemeenten, kijk ook eens naar andere concepten die inmiddels uitgerold worden over het land. Ik bedoel dan samenwerkingsverbanden, populatiebekostiging, taakgerichte uitvoeringsvariant, et cetera. In een samenwerkingsverband met andere zorgaanbieders met een andere expertise kun je met elkaar zoveel meer bieden dan in je eentje. Natuurlijk ben je als zorgaanbieder afhankelijk van wat de gemeente vraagt, maar samen sta je wel veel sterker, zeker als je elkaar niet als concurrenten ziet.”

Gezamenlijke inspanning

Het aantal deelnemers van gemeenten dat ‘samenwerken’ met stip bovenaan zet als advies, verschilt nauwelijks van dat van zorgaanbieders. De gezamenlijke oproep is toch vooral om elkaar op te zoeken. En wie contact zoekt met wie, maakt dan niet zo veel uit. Als het maar gebeurt! Ellen Krijnen van de gemeente Breda: “Werk zoveel mogelijk samen. Het liefst in regio’s.” Renske Gercama, gemeente Leiden: “Zoek elkaar op, stel vragen, en deel je twijfels en zoektocht met elkaar. Tuig het reguliere accountmanagement stevig op vanuit beide kanten. Zelf merk ik dat als je in een strak aanbestedingstraject zit, er een bepaalde kramp ontstaat over en weer, in het uitwisselen van kennis en informatie. Ik denk dat als je gedurende de looptijd van een contract via het reguliere accountmanagement in de samenwerkingsrelatie geïnvesteerd hebt, je minder afhankelijk bent van die marktconsultatiemomenten om te weten hoe partijen erin staan.” Han Tuller van de gemeente Heerenveen besluit wijselijk: “Ik zou ons allemaal gunnen dat we minder naar het formele systeem kijken met alle regels, voorschriften en handreikingen, maar meer naar de bedoeling van jeugdzorg en van de decentralisatie (meer samenhang tussen aanbod, gerichtere gezinsondersteuning, cliënt centraal). We zouden dan veel meer ons inhoudelijke partnerschap moeten uitwerken met daarin de doelen en ambities van de jeugdhulpregio’s, de gemeenten in de regio en van de zorgaanbieders concreet vertaald in een gedragen visie en plan voor de middellange termijn. Zorgcontractering in al zijn formele facetten wordt dan geen doel op zich, maar weer een middel.”

Gemeenten: maak het nou niet zo moeilijk!

Dutten we al in? Zijn gemeenten en (zorg)aanbieders het gewoon heel erg met elkaar eens over hoe het anders moet? Of zitten er toch nog wat scherpe randjes aan de samenwerking?

Veel deelnemers van (zorg)aanbieders roepen gemeenten toch vooral op om het inkoopproces eenvoudiger te maken. De tip aan gemeenten van Ingrid van Rens van Vincent van Gogh: “Contracteer minder zorgaanbieders en ga een partnership aan met aanbieders die qua visie op jouw lijn liggen. Er is wel degelijk een gezamenlijk belang. Daarmee kun je duurzaam bouwen aan de echte transformatie.” Els Obbema van stichting Icare: “Beste gemeente, houd het simpel en overzichtelijk.” Obbema levert niet alleen kritiek, maar doet gemeenten ook een voorstel om het inkoopproces eenvoudiger te maken: “Trek één lijn in zowel het inkoopproces, maar ook het contractmanagement. Nu zijn er zoveel verschillen tussen gemeenten. In mijn beleving zou dit veel meer op één manier kunnen. Door bijvoorbeeld dezelfde productcodes te gebruiken, dezelfde kwaliteitseisen uit te vragen, hetzelfde inkoopsysteem te gebruiken, hetzelfde inkoopportaal te gebruiken et cetera.” Ook Job de Boer van William Schrikker / De Jeugd- en Gezinsbeschermers is kritisch over de complexiteit bij gemeenten: “Kijk waar je gezamenlijk, met de andere regiogemeenten, nog meer in kunt optrekken. En maak vervolgens de stap naar bovenregionale samenwerking voor specialistische jeugdhulp/GI.” Ook De Boer komt, net als Obbema, met een advies aan gemeenten, maar ook (zorg)aanbieders. Zo roept hij - onder meer - op tot: meerjarige overeenkomsten, bovenregionale afspraken voor specialistische (zorg)aanbieders en GI’s  en een jaarlijkse, vaste indexatiegrondslag in de overeenkomst.

Zorgaanbieder: wees open en eerlijk en maak het inzichtelijk!

Waar (zorg)aanbieders ertegenaan lopen dat gemeenten het inkoopproces complex maken, vinden professionals van gemeenten het niet altijd duidelijk wat (zorg)aanbieders gaan doen en of ze een vraag van een gemeente ook wel echt aankunnen. Martin Bluijs van de gemeente Utrecht over (zorg)aanbieders: “Wees heel kritisch over de focus van je eigen organisatie en je eigen producten. Doe alleen waar je heel goed in bent.” Martin van Mersbergen van de gemeente Gouda vraagt zorgaanbieders concreter te worden: “Vind manieren om objectief te laten zien wat je kracht is en laat zien hoe dat helpt in de uitdagingen die gemeenten hebben.“ Iris Dijksterhuis van de gemeente Waalwijk vult aan: “Wees vooral open over de verwachtingen die je van elkaar hebt en laat het merken als je ergens tegenaan loopt.” Ook andere deelnemers van gemeenten is het vooral te doen om openheid over de samenwerking, in plaats van kritiek op individuele (zorg)aanbieders. Kevin Meijer van de gemeente Arnhem: “Maak als zorgaanbieder nog beter inzichtelijk voor gemeenten wat zij vragen van zorgaanbieders in het contracteringsproces en deel goede voorbeelden van andere gemeenten en regio's met hen. Alleen zo kunnen we samen de administratieve lasten verlagen.” Ellen Krijnen van de gemeente Breda: “Het is als aanbieder belangrijk om de inhoudelijke opdracht waar je als gemeente en als aanbieder samen voor gaat, te verbinden aan de consequenties van bepaalde besluiten in de inkoop en de inrichting van de uitvoering. We zitten allemaal in een heel complex en versnipperd zorgdomein. Daar zullen we het mee moeten doen. Dan is het noodzakelijk om zoveel mogelijk samen bewuste keuzes te maken over waar je bijvoorbeeld de administratieve lasten neerlegt.” Celine Starke van de gemeente Dalfsen: “Ik merk dat aanbieders de laatste tijd bewuster kijken of iets wel of niet onder hun corebusiness valt. Ik denk dat het heel goed is om jezelf de vraag te stellen: Is dit wat we willen doen, nu en in de toekomst? Ook gemeenten moeten zichzelf die vraag vaker stellen. Daar worden we samen beter van. Zo ontwikkelen we.”

Volgende, en laatste keer: Het geleerde in de praktijk

Dit is het derde deel van de stage-ervaringen van de deelnemers aan Wisselstage! Een stage waarin professionals van gemeenten en (zorg)aanbieders bij elkaar op stage gaan.

In het volgende en laatste artikel vragen we de deelnemers hoe ze hun stage-ervaring in gaan zetten op hun eigen werkplek.

Wegens grote belangstelling wordt er een vervolg gegeven aan Wisselstage! Heb je interesse om mee te doen? Hier vindt u meer informatie.