Deel II: Professionals van gemeenten en aanbieders lopen stage bij elkaar

Een deelnemer van een gemeente die erachter komt dat er heel hard wordt gewerkt bij (zorg)aanbieders. Een deelnemer van een (zorg)aanbieder die zich verbaast over de autonomie van gemeenten bij het inkopen van zorg. Als je je in elkaar verdiept, wordt er veel duidelijk. Dat ervaarden 28 professionals van gemeenten en (zorg)aanbieders die in november 2020 deelnamen aan het stageprogramma ‘Wisselstage!’

8 Deelnemers Wisselstage! van links naar rechts: Ellen Krijnen, Fatima Bouyaziden, Els Obbema, Inge van der Heiden, Ingrid van Rens, Han Tuller en Carine de Bruine, Iris Dijksterhuis

Vijf jaar na de decentralisaties in het sociaal domein ervaren veel betrokkenen het inkopen en aanbesteden van jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning nog steeds als een lastig proces. (Zorg)aanbieders en gemeenten moeten de zorg in een regio samen vormgeven, maar kennis van elkaars werkwijzen en diensten ontbreekt. Het stageprogramma ‘Wisselstage!’ werd ingezet om vooral van elkaar te leren. Professionals van (zorg)aanbieders liepen vier dagen stage bij gemeenten. De week erna waren de rollen omgedraaid. Hoe de stage is bevallen en wat de deelnemers ervan leerden, leest u in dit artikel en de twee die hier de komende maanden nog op volgen. In dit artikel richten we ons op het beeld dat zij hadden en in welke mate dat beeld door de stage is bijgesteld.

Om al te sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen, vroegen we de deelnemers van de (zorg)aanbieders en gemeenten niet naar hun beeld van de andere partij; we vroegen hen welk beeld zij denken dat de andere partij van hen heeft. Dat legde snel bloot waar de samenwerking soms last van heeft. Elise Aartsen, 's Heeren Loo: ”Het viel me op dat sommige gemeenten soms wat ‘wantrouwend’ tegenover zorgaanbieders stonden.” Ook Ingrid van Rens van Vincent van Gogh (specialistische geestelijke gezondheidszorg, red.) herkent dit: “Volgens mij bestaat er vaak nog wantrouwen naar zorgaanbieders. Gemeenten denken dat zorgaanbieders vooral productie willen draaien. Dat heb ik overigens niet gemerkt bij Iris (Iris Dijksterhuis, van de gemeente Waalwijk ontvangende partij, red.). Els Obbema van stichting Icare, die zelf vroeger bij een gemeente werkzaam was, ervoer geen wantrouwen: “Over en weer waren we eigenlijk heel open. Als je maar in gesprek bent met elkaar dan kom je er vanzelf achter dat je er hetzelfde over denkt, ondanks dat de belangen soms anders zijn.” Elise Aartsen vult aan: “Ik denk dat wederzijds begrip en kennis dit wantrouwen kan omzetten naar vertrouwen.”

Beeld verschilt van de werkelijkheid

Wederzijds begrip en kennis kan wantrouwen omzetten naar vertrouwen, maar dan moet daar dus wel aan gewerkt worden. Carine de Bruine van Team050 was verbaasd over de geringe rol die kennis over (zorg)aanbieders bij de gemeente speelt: “Ondanks dat mijn tijdelijke collega veel ervaring heeft, en ook aan de zorgaanbiederskant gewerkt heeft, was het wel duidelijk dat de gemeente zelf weinig direct contact heeft met zorgaanbieders. Ik had echt verwacht dat gemeenten zelf een lijstje zouden hebben met belangrijkste zorgaanbieders, dat ze veel informatie zouden hebben over die aanbieders en dat ze daar rechtstreeks een relatie mee zouden opbouwen.”

Dat bleek tegen te vallen. De Bruine: “In de praktijk bleken ze in de gemeente niet echt een (aantal) dominante zorgaanbieders te hebben, ook bleken ze weinig gesprekken te voeren met aanbieders zelf en ontbrak het hen ook nog aan zinvolle data om dat gesprek op basis van inhoud te voeren.” Leanthe van Harten van Levvel ondervond ook dat beelden -over en weer- flink kunnen verschillen: “Van mijn wisselstagiair kreeg ik op de eerste dag dat ze met mij meeliep, gelijk te horen dat ze geen idee had hoeveel tijd wij kwijt zijn met het verantwoorden van onze activiteiten naar gemeenten. Een heleboel medewerkers bij onze organisatie hebben er een dagtaak aan om alle verschillende contracten te beheren en te verantwoorden. Ik herken het dat individuele contractmanagers aan de kant van de gemeente ons werk niet allemaal kunnen overzien. Wel fijn dat mijn wisselstagiair dat meteen zag!” Kamiel Zijderveld van Philadelphia ziet niet direct een hiaat in de kennis van elkaars werk, maar meer in de aanpak: “Eigenlijk kreeg ik het gevoel dat we best veel van elkaar weten op het gebied van de directe raakvlakken, maar dat we vooral weinig kennis hebben van de werkwijze binnen elkaars organisaties. Hoe lopen de hazen, welke belangen spelen er en wat betekenen die voor de processen? Het was wel heel leuk en interessant om daar meer van te weten te komen.”

Complexe gemeenten

Iris Dijksterhuis van de gemeente Waalwijk liep stage bij een (zorg)aanbieder: “Ik vond het interessant om te merken dat de zorgaanbieders soms iets van de gemeente verwachten dat ze niet altijd kunnen bieden, bijvoorbeeld een gezamenlijke regionale inkoop en landelijke gelijktrekking van administratieve processen.“

Ook Han Tuller van de gemeente Heerenveen besefte tijdens de stage dat (zorg)aanbieders zich niet altijd bewust zijn hoe complex een gemeente is georganiseerd: “Het meest opvallende daarvan is wat mij betreft dat het besef over de ingewikkeldheid van een gemeentelijke organisatie met de ver doorgevoerde specialisatie en met de hiërarchie tussen ambtelijke organisatie en bestuurlijk-politieke organisatie niet zo scherp aanwezig was. Ook de consequenties en moeizaamheid van intergemeentelijke samenwerking bleek iets te zijn, waarvan mijn maatje zich bewust was, maar de impact daarvan niet altijd scherp had.”

Beeld bijgesteld?

En heeft de stage bijgedragen aan een ander beeld van (zorg)aanbieders dan wel gemeenten? En wat verklappen de antwoorden van de deelnemers over het beeld dat men vooraf had? Het merendeel geeft aan het beeld te hebben bijgesteld of een beter inzicht te hebben gekregen in elkaars organisaties. Bij de (zorg)aanbieders lezen we vooral terug dat ze vooraf minder fiducie hadden in de praktijkgerichtheid van gemeenten, maar die valt alleszins mee. Jeroen Zomerplaag, Philadelphia: “Ik heb ervaren dat de gemeente wel degelijk oog heeft voor wat er in de praktijk gebeurt en vaak worstelt met dezelfde vraagstukken als wij als zorgaanbieder doen. Voorbeelden daarvan zijn hoe je de resultaten van de ondersteuning inzichtelijk kunt maken, hoe je kunt inspelen op veranderende wensen en behoeften van burgers en cliënten, hoe je voorkomt dat bepaalde kwetsbare groepen buiten de boot vallen en op welke manier je ervaringsdeskundigheid bij de doelgroep ontwikkelt en betrekt.” Leanthe van Harten van Levvel vult aan: “Ook bij de gemeente, of in ieder geval bij de gemeente waar ik stage liep, staat de inhoud voorop. De ambtenaren en de wethouder willen, net als wij, de best mogelijke zorg voor kinderen in de gemeente. Logischerwijs zitten er ook politiek-bestuurlijke kanten aan de gemeente, maar ik vond het fijn om te zien dat dat niet de overhand had.”

Bij de deelnemers van de gemeenten valt op dat hun beeld van (zorg)aanbieders vooral is bijgesteld op het gebied van professionaliteit. De gemeentelijke deelnemers zien door hun stage in hoe hard er wordt gewerkt bij (zorg)aanbieders en hoe complex hun werkveld is.  Celine Starke, gemeente Dalfsen: “Het is me nu nog meer duidelijk geworden hoe de lijnen lopen binnen zo’n grote organisatie. Daarnaast is me duidelijk geworden dat het best een complex werkveld is voor een grote aanbieder, wanneer er zowel zorg binnen de jeugdwet, de Wmo, de Wlz als de zorgverzekeringswet wordt geboden.” Renske Gercama van de gemeente Leiden is positief verrast over de verantwoordelijkheid die zorgaanbieder Kwintes in de regio pakt: “Mooi om te zien hoe Kwintes ook zelf investeert in de samenwerking met andere zorgaanbieders, organisaties voor ervaringsdeskundigheid en ook woningcorporaties. Vaak wordt de gemeente gezien als degene die hier de regie in dient te pakken; ik vond het mooi te zien hoe Kwintes en andere organisaties in de regio Utrecht hier ook echt zelf hun verantwoordelijkheid in nemen.” Naast een professionele aanpak, valt het een gemeentelijke deelnemers ook op dat er bij (zorg)aanbieders ruimte blijft om te innoveren. Iris Stokman, gemeente Utrecht: “Wat ik leuk vond, is dat ze ook bezig zijn met ontwikkeling en beleid, naast de uitvoering. Zo zat ik bij een overleg waar ze werkten aan een online zorgomgeving, terwijl ze daar nu nog geen contract voor hebben. Ze ontwikkelen het eerst, zodat ze er alvast ervaring mee op kunnen doen, voordat het onderdeel kan gaan worden van de contracten.”

En ook al zijn er verschillen tussen gemeenten en (zorg)aanbieders, stiekem lijken ze toch wel erg op elkaar… Iris vervolgt: “Wat me opviel, is dat er ontzettend veel overeenkomsten zijn. Deze zorgaanbieder is ook gewoon een grote organisatie, met een kantoortuin met een vlekken-indeling, gedoe met online meetings: ‘je microfoon staat nog uit!’, een gemeentedesk voor het afhandelen van alle vragen van gemeenten -die hebben wij ook maar dan voor de zorgaanbieder-, een kantine, een directeur die soms gewoon in de kantoortuin werkt, maar toch ook veel gebruik maakt van de eigen vergaderkamer, etcetera,  etcetera.”

Behoefte aan autonomie

Naast het bijstellen van belemmerende beelden, werden er ook hele feitelijke inzichten opgedaan. Mariëtte van der Zouw, Allerzorg: “Nee, mijn beeld is niet veranderd. Wel heb ik nu meer inzicht gekregen in het proces dat bij een gemeente voorafgaat aan het kenbaar maken van een aanbesteding.” Ook Carine de Bruine, Team050 deed een nieuw inzicht op: “Binnen de jeugdhulp wordt vaak gezegd dat het allemaal beter zal worden op het moment dat er meer centrale afspraken gemaakt worden, dat het gaat helpen dat er gewerkt moet worden met vaste productcodes, overeenkomsten en tarieven. In de gesprekken die gingen over de autonomie van gemeenten en de gemeenteraad die zowel inhoudelijk als financieel geen risico’s wil lopen, werd het wel duidelijk dat dit hier haaks op staat. De oplossingsrichting om gemeenten meer landelijke afspraken op te leggen, lijkt hierdoor onhaalbaar. Zeker de gemeenten in Friesland hebben behoefte aan autonomie, waarbij er ook nog eens grote verschillen zijn tussen gemeenten onderling. Als die oplossingsrichting onhaalbaar is, kunnen we onze energie beter inzetten op flexibiliteit aan de kant van de zorgaanbieder zodat we niet samen in een negatieve spiraal terecht komen.”

Volgende keer: Advies aan eigen organisatie en ontvangende organisatie

Dit is het tweede deel van de stage-ervaringen van de deelnemers aan Wisselstage! Een stage waarin professionals van gemeenten en (zorg)aanbieders bij elkaar op stage gaan.

In het volgende artikel gaan we in op het advies dat deelnemers aan de hand van hun stage willen geven aan hun eigen organisatie en de organisatie waar ze stage liepen.