Hoofd- en onderaannemerschap en btw

Hoofd- en onderaannemerschap komt steeds meer voor in het sociaal domein. Diensten in het kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015 zijn vrijgesteld van btw, maar hoe zit dit bij hoofd- en onderaannemerschap? Wanneer moet er btw in rekening worden gebracht en wanneer niet? Er is een informatiekaart beschikbaar die duidelijke handvatten geeft.

Hoofd- en onderaannemerschap

Bij hoofd- en onderaannemerschap zet een (zorg)aanbieder (hoofdaannemer) een andere (zorg)aanbieder (onderaannemer) in voor (onderdelen van) de te leveren hulp of ondersteuning. De hoofdaannemer is verantwoordelijk voor de hulp en regelt de (financiële) verantwoording richting de gemeente. Er zijn (zorg)aanbieders die vrijwillig voor deze constructie kiezen, maar de constructie kan ook een gevolg zijn van een bepaalde wijze van inkopen. Binnen contracten met een outputgerichte of taakgerichte bekostiging worden (zorg)aanbieders vaak verplicht te werken met hoofd- en onderaannemerschap. Ook in inspanningsgerichte bekostiging komt hoofd- en onderaannemerschap soms voor, maar hier wordt het meestal niet door de gemeente verplicht gesteld.

Informatiekaart

Diensten in het kader van de Wmo 2015 of de Jeugdwet zijn vrijgesteld van btw. Maar als een (zorg)aanbieder nog meer doet dan alleen zorg leveren, bijvoorbeeld omdat deze een hoofdaannemer is, wat betekent dit dan voor het afdragen van btw? Waar dient de gemeente rekening mee te houden? En de (zorg)aanbieder? In de informatiekaart ‘Btw gerelateerd aan de Wmo 2015 en de Jeugdwet‘ (versie maart 2015) lees je wanneer het werk van een onderaannemer btw belast is en wanneer niet. Deze kaart is ontwikkeld door de VNG en het ministerie van VWS in samenwerking met het ministerie van Financiën.

Belangrijke disclaimer: neem bij twijfel altijd contact op met de belastingdienst.