Taakgericht werken in Utrecht: 'Meer ruimte om het juiste te doen'

Ruimte voor zorgprofessionals om in samenspraak met inwoners de juiste zorg te bieden in het sociaal domein. Ruimte om tussentijds bij te sturen en met het hele veld samen te werken aan het realiseren van de ambities in het sociaal domein, binnen financiële kaders. Dat is de belofte van taakgericht werken. In de gemeente Utrecht laten ze zien dat het kan.

Toen gemeenten met de decentralisaties verantwoordelijk werden voor de uitvoering in het sociaal domein, ontwikkelden ze drie uitvoeringsvarianten om de contractering met zorgaanbieders in goede banen te leiden: taakgericht, outputgericht en inspanningsgericht. Een aantal jaren later blijkt dat gemeenten vooral de outputgerichte en inspanningsgerichte variant gebruiken, terwijl de interesse in de taakgerichte variant toeneemt.

Deze variant biedt veel voordelen ten opzichte van de andere varianten, die aansluiten bij wat gemeenten nastreven bij hun transformatie in het sociaal domein. Zoals zorg integraal aanbieden, vanuit de leefwereld van de cliënt en zoveel mogelijk dichtbij huis. Dat is de reden waarom de stuurgroep i-Sociaal Domein (die bestaat uit vertegenwoordigers van zorgbranches, gemeenten en het ministerie van VWS) de taakgerichte uitvoeringsvariant nadrukkelijker bij gemeenten en zorgaanbieders op de kaart wil zetten. Onder meer met een Handreiking Kiezen voor de taakgerichte uitvoeringsvariant.

Het verhaal van Utrecht

Maar allereerst een verhaal uit de praktijk. Want welke voordelen biedt de taakgerichte uitvoeringsvariant nou precies? De gemeente Utrecht heeft er al veel ervaring mee. Gerbrich Kuperus, directeur Sociaal Domein en lid van de stuurgroep i-Sociaal Domein, vertelt dat de gemeente 8 jaar geleden al begon om haar beleid en sturing in het sociaal domein op deze manier vorm te geven. Dat wil zeggen: geen financiering op cliëntniveau met strak omschreven beschikkingen over de te leveren zorg, maar met één budget samen met zorgaanbieders en andere partners werken aan het realiseren van een gezamenlijke visie in het sociaal domein.

Kuperus: “Alle partijen hebben een rol in dit stelsel en een gezamenlijke ontwikkelopdracht. Dat biedt ons houvast en daarmee kunnen we koersen op de waarden die wij in onze gemeente belangrijk vinden.” Waarden zoals de juiste zorg op de juiste plek, zoveel mogelijk dichtbij huis en met de cliënt centraal.

Eén van de partners voor de gemeente is KOOS Utrecht, een netwerkorganisatie voor aanvullende specialistische jeugdhulp. Marian Dobbe, bestuurder van KOOS: “Taakgericht werken betekent voor ons ruimte. Het woord ‘taakgericht’ vind ik niet zo toepasselijk, want je focust niet op een specifieke taak maar juist op het samenwerken aan wat je wilt bereiken in het sociaal domein. Dat is de grote, gezamenlijke opdracht voor alle partijen in dit veld. Deze manier van werken maakt ons wendbaar, het geeft onze professionals de ruimte om te doen wat nodig is. We kunnen continu keuzes maken en onze aanpak herijken als dat nodig blijkt.”

Hoe dat werkt in de praktijk wordt duidelijk uit een voorbeeld dat Dobbe en Kuperus geven van een school met relatief veel kinderen met ADHD. In plaats van dat deze kinderen allemaal individueel een verwijzing en behandeling krijgen, gaat KOOS praten met de school. Kuperus: “De school en KOOS zijn beide partners in het sociaal domein en zij gaan het gesprek aan hoe ze samen deze kinderen kunnen helpen. Misschien is er extra ondersteuning nodig in de klas, of kan de school een omgeving creëren waarin deze kinderen beter gedijen, bijvoorbeeld doordat ze meer kunnen bewegen.” Het ‘probleem’ wordt op deze manier niet bij het individuele kind en het gezin gelegd. Dat is niet alleen beter voor het kind, maar biedt de specialistische jeugdhulp ook ruimte om zich te focussen op ernstige problemen waar individuele ondersteuning hard nodig is, zoals eetstoornissen en schooluitval, vertellen ze.

De juiste randvoorwaarden

De taakgerichte uitvoeringsvariant lijkt heel geschikt voor echt integraal werken in het sociaal domein, zo blijkt uit de ervaringen in Utrecht. Maar het is zeker geen quick fix voor de problemen die gemeenten nu in het sociaal domein ervaren, waarschuwt Kuperus: “Vanuit de stuurgroep i-Sociaal Domein zien we dat veel gemeenten de taakgerichte variant onderzoeken vanuit financieel oogpunt. Dat hoeft op zich niet erg te zijn, maar als je het uitsluitend financieel insteekt en te snel van start wilt, dan ga je de voordelen van deze variant niet benutten. Het kost tijd om dit goed in te richten.” Schaarste zal er altijd zijn in de zorg, zegt ze. “Dat los je met deze uitvoeringsvariant niet op. Wel richt je het zo in dat de zorgaanbieders medeverantwoordelijk zijn voor het financiële kader. Samen onderzoek je hoe je binnen dat kader de middelen zodanig inzet, dat je gezamenlijk de ambities in het sociaal domein realiseert.”

Ze schetst een aantal randvoorwaarden voor een goede inrichting van de taakgerichte uitvoeringsvariant. Zoals een goede verstandhouding met de partners in het sociaal domein: “Taakgericht werken vraagt om echt samenwerken in een partnerschap en dat moet je opbouwen. Wij werken daarom met langdurige contracten, 9 jaar is bijvoorbeeld gangbaar bij ons. Wel met tussentijdse evaluaties natuurlijk en ruimte om bij te sturen.”

Dobbe: “Zo’n langdurige samenwerking biedt ruimte om de inhoud steeds voorop te stellen. Je krijgt bovendien samen steeds beter inzicht in de vraagstukken in het sociaal domein.” Het opbouwen en onderhouden van dergelijke partnerschappen is lastig met veel aanbieders en daarom kiest Utrecht bewust voor een beperkt aantal partijen waarmee ze samenwerkt. Voor de specialistische jeugdhulp zijn dat er 2. Heeft de cliënt dan nog wel voldoende keuzevrijheid? Kuperus: “De cliënt kan bij ons kiezen voor een specifieke zorgprofessional, niet voor een zorgaanbieder. Dat wordt als heel positief ervaren.”

Beleidsmensen worden co-creators

Een andere randvoorwaarde is dat de inhoudelijke mensen het voortouw krijgen. Dobbe: “Wij hebben wekelijks contact met de beleidsmensen van de gemeente. We zijn echt samen met hen aan het bouwen aan de grote ontwikkelopdracht die we hebben: zorg zoveel mogelijk integraal aanbieden, in de buurt.” Kuperus: “Ook bij de inkooptrajecten die we doen, zijn de professionals die vanuit de inhoud werken in de lead. Natuurlijk is de expertise die we hebben op het gebied van contractering belangrijk. Maar als je uitsluitend je inkopers in de frontlinie zet, dan wordt er vooral gestuurd op efficiency en rechtmatigheid. Dat is belangrijk, maar niet het enige dat telt. Voor ons is de expertise van inkoop een toevoeging aan hoe wij ons opdrachtgeverschap invullen.”

Ook dit gaat niet vanzelf: de gemeente investeert fors in de ontwikkeling van haar beleidsinhoudelijke mensen. Kuperus: “Een goede samenwerking met het veld vraagt om bepaalde vaardigheden, het is echt een andere manier van werken dan de meer traditionele rol van beleid. Onze beleidsmensen zijn opdrachtgevers, vernieuwers en co-creators geworden.”

Flexibel binnen kaders

Een belangrijk kenmerk van de taakgerichte uitvoeringsvariant is de flexibiliteit om tussentijds bij te sturen, als de opgave daar om vraagt. In Utrecht beschikken ze over een grote hoeveelheid data en de technologie om die te duiden. Dat helpt enorm bij het sturen in het sociaal domein, vertellen ze. Kuperus: “We halen veel data uit het bestaande berichtenverkeer en combineren datasets, uiteraard allemaal binnen de privacyregels. We organiseren dataklooidagen om samen naar die data te kijken, bijvoorbeeld met zorgaanbieders en met gemeenteraadsleden.”

Dobbe: “Het leveren en verzamelen van al deze data is voor ons geen extra werk, het is vooral slim gebruikmaken van de data die er al zijn.” Zo gebruikt de gemeente een app waarin cliënten hun behandelaar beoordelen door een aantal vragen met smileys te beantwoorden. De professional gebruikt die feedback in de relatie met de cliënt en de gemeente gebruikt die informatie op geaggregeerd niveau in haar analyses.

Concluderend stelt Kuperus: “De taakgerichte uitvoeringsvariant werkt goed voor ons, omdat we de randvoorwaarden hebben ingevuld. Je moet samenwerken met zorgaanbieders, elkaar samen anders vasthouden zoals ik dat noem, en stevig met elkaar in gesprek zijn en blijven.” Dobbe vult aan: “Deze manier van werken vraagt een investering van alle partijen. We doen het nu al een tijd, maar het blijft hard werken om dit goed met elkaar in de stad neer te zetten.”

Meer weten?

Heeft u nog vragen, opmerkingen of wilt u sparren over taakgericht werken? Dan kunt u contact opnemen met uw Regioadviseur via de Helpdesk.

Meer informatie vindt u bij het Ketenbureau i-Sociaal Domein.