Sfeerfoto gemeente Harderwijk
© gemeente Harderwijk

Praktijkverhaal Harderwijk: ‘Samen een antwoord op zorgvragen geven.’

Voor goede zorg zijn partnership, vertrouwen, continuïteit en samen verantwoordelijkheid dragen belangrijk. En weten waarvoor je het doet: de kwetsbare inwoner. Op de Noord-Veluwe is de samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en cliënten inmiddels zo vanzelfsprekend dat de inhoud altijd voorop staat. Wij (programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein) interviewden Bert van Putten, beleidsregisseur maatschappelijke opvang en beschermd wonen bij de gemeente Harderwijk.

In de regio Noord-Veluwe organiseren 6 gemeenten samen de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen: Harderwijk, Ermelo, Putten, Nunspeet, Elburg en Oldebroek. Harderwijk heeft daarbij de trekkersrol. “Op 1 januari 2018 zijn we formeel centrumgemeente geworden”, vertelt Bert van Putten. “Voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen hebben we de centrumgemeentetaken van Zwolle overgenomen, met de middelen erbij. Vanuit de gedachte dat wij dichterbij zijn en dus beter sturing kunnen geven.” Om organisaties en cliënten zo min mogelijk last te bezorgen, nam Harderwijk ook de werkwijze van Zwolle over. “Wij subsidiëren de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen. Daarbij denken en werken we ketengericht. Het subsidie-instrument is voor de regio de ideale manier om te sturen met welke partijen wij een overeenkomst willen. Ook biedt onze subsidieaanvraag voldoende basis om partnership, vertrouwen en samen verantwoordelijkheid dragen vorm te geven. Dat is niet nieuw hoor, we doen dat al 10 jaar. We zenden al heel lang woorden uit als partnership, vertrouwen en samen verantwoordelijkheid dragen. Maar we plukken nu wel de vruchten van die continuïteit in benaderwijze. Ter inspiratie delen we graag de subsidiedocumenten die het voor ons mogelijk maken om onze transformatiedoelstellingen vorm te geven.“

Samenwerkingscultuur

Op de Noord-Veluwe heeft dat inmiddels geleid tot een goede samenwerkingscultuur: zowel binnen de gemeente, binnen zorgorganisaties, tussen zorgorganisaties en tussen zorgorganisaties en de gemeente. Er is veel commitment en vertrouwen en de kwetsbare inwoners staan op de voorgrond, op alle niveaus. Als voorbeeld noemt Bert het faillissement van een organisatie in 2019. “Het was een organisatie met 80 cliënten beschermd wonen. Dat is best wat. Toch hoefden de gemeenten haast niets te doen om te zorgen dat die cliënten weer in zorg kwamen. De zorgorganisaties pakten het in onderling vertrouwen op. En dan niet in de sfeer van ‘de meeste cliënten eruit halen’, maar juist ‘wat is de beste oplossing voor de cliënt’.” De zorgorganisaties ervaren in dit soort situaties een heel andere opgave dan in andere regio’s, geven ze zelf aan. Want gemeenten en zorgaanbieders doen het echt samen. Doordat die beweging al een paar jaar geleden in gang is gezet, voeren gemeenten en zorgaanbieders een heel ander gesprek met elkaar.

Spin in het web

De functie van beleidsregisseur is daarbij van wezenlijk belang. De zorgaanbieders geven aan dat er binnen de gemeente iemand moet zijn om te verbinden en aan te jagen. Bert is dat vaste aanspreekpunt in de regio, de spin in het web. “Ik praat met werkers in praktijksituaties, met managers en met bestuurders. Ik maak de bestuurlijke agenda, zowel aan de zorg- als aan de gemeentekant. Zo breng ik bepaalde onderwerpen op alle tafels.” Hoewel hij bij de gemeente Harderwijk werkt, benadrukt Bert dat hij geen ambtenaar is. Hij is een man van de praktijk. Hij is geen beleidsambtenaar, maar beleidsregisseur. “Ik heb lang in de psychiatrie en de dak- en thuislozenzorg gewerkt. En ik geloof erin dat we beter samen een antwoord op zorgvragen kunnen geven dan ieder voor zich. Dat is de rode draad in mijn handelen.” Als regisseur heeft hij invloed, maar het echte werk moet door anderen worden gedaan. Bert vergelijkt het met een toneelstuk. “Ik lever een bijdrage aan het toneelstuk op het podium, maar ik sta achter de coulissen. De acteurs in het stuk – zorgaanbieders en cliënten – maken de personages.”

Proeftuin

Het onderling vertrouwen maakt dat er ook ruimte is om te experimenteren. In de proeftuin Eperweg bijvoorbeeld werken 4 zorgaanbieders samen, een van hen is de kassier. De financiering is lumpsum, de gemeente geeft geen beschikkingen af. Want, zeggen de zorgaanbieders, geen enkele cliënt heeft het hele jaar evenveel begeleiding nodig. Cliënten krijgen gewoon het aantal uren waar ze behoefte aan hebben. Er wordt dus voortdurend op- en afgeschaald. De zorgaanbieders waarderen de vrijheid die ze krijgen. Het biedt ze de mogelijkheid te kunnen transformeren, een strikt contract zou juist belemmerend werken. Ook de cliënten zijn enthousiast. Omdat er niet per aanbieder iets wordt georganiseerd, maar door de aanbieders samen. En dan maakt het de cliënten niets uit van welke organisatie ze de begeleiding krijgen. Het is helemaal niet interessant wie het doet, wel dat het zo goed mogelijk geregeld wordt. Cliënten merken ook dat er buiten de kaders gedacht mag worden. En dat spreekt aan, want mensen met een indicatie voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen passen niet in een systeem. Of zoals de zorgaanbieders zeggen: cliënten moeten niet door de zorg bewegen, maar wij rondom de cliënten. Dat is een omkering die recht doet aan de mens.

Eerlijk gesprek

Vertrouwen vraagt om openheid en betrouwbaarheid, óók van gemeenten, aldus Bert. “Ons uitgangspunt is niet ‘zo goedkoop mogelijk’, maar ‘het goede doen’. We voeren een eerlijk gesprek.” Die aanpak van de regio Noord-Veluwe heeft meerwaarde op inhoud én financieel. De 6 gemeenten komen heel goed uit met de middelen en lopen daarmee vooruit op de komende financiële herverdeling. Een deel van het geld dat de gemeenten nu overhouden, gebruiken ze als buffer voor eventuele tegenslagen. Ook gaat een deel in een innovatiebudget. Want Bert gelooft meer in een verandering vanuit intrinsieke motivatie van zorgorganisaties dan “in een verandering die ik afdwing met inkopen”. Het restant wordt naar rato over de gemeenten verdeeld en teruggestort. Mét de afspraak op ambtelijk niveau dat ze dat geld zoveel mogelijk gebruiken voor dingen die van invloed zijn op de vraag naar maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Want, zeggen de zorgaanbieders, door activiteiten van welzijnsorganisaties te stimuleren kunnen gemeenten instroom in de maatschappelijke opvang of het beschermd wonen voorkomen.

Collectief veranderproces

Naast het innovatiebudget is het voortdurende gesprek met elkaar belangrijk voor de transformatie. Ook hier telt de continuïteit: op de Noord-Veluwe zijn gemeenten en aanbieders al 10 jaar constructief met elkaar in gesprek. “We sparren vaak over de richting die we op willen bewegen”, zegt Bert. “Dat levert veel op, omdat alle partijen daar dan over gaan nadenken.” Dat er op deze manier een ontwikkeling plaatsvindt, is terug te zien in het regiobeleidsplan. “Twee jaar geleden sloten we een convenant en dat gaan we nu weer doen. Het is heel boeiend te zien welke taal we toen gebruikten. Die was al heel klantvriendelijk, maar nu zijn we weer stappen verder. Ook in onze samenwerking trouwens. Het is een soort collectief veranderproces, waarbij zorgaanbieders en gemeenten hard moeten werken. Want het systeem wil ons graag vangen. Vage termen als vertrouwen en partnership zijn in tijden van cijfertjes af en toe best lastig.” Tegelijkertijd werpt openheid over die cijfertjes zijn vruchten af. “Toen we over 2018 geld terugvorderden, gingen alle aanbieders toch lachend en tevreden de deur uit. Omdat het helder is wat we doen. We hebben duidelijke afspraken, we monitoren op een goede manier en we geven alles correct inhoudelijk weer. Dan ontstaat er geen discussie. Het is betrouwbaar van 2 kanten.”

Transformatieversnellers

Om de verandering of transformatie verder te ondersteunen zet de regio Noord-Veluwe ‘transformatieversnellers’ in. Weer zet de regio in op continuïteit, want de functie bestaat al jaren. De transformatieversnellers zijn deskundigen die gratis beschikbaar zijn voor de ketenpartners, om te helpen veranderen. Directe aanleiding was de constatering dat organisaties altijd zo druk zijn met hun eigen werk, dat ze geen tijd meer hebben om organisatie-overstijgende onderwerpen op te pakken. Bert: “Maar zodra je iemand gratis beschikbaar stelt, lukt dat wel. Het is echt een gouden greep.” Eén transformatieversneller is woonzorgmakelaar en houdt zich bezig met het vastgoedprobleem waar gemeenten en zorgaanbieders samen tegenaan liepen: dat cliënten te lang beschermd blijven wonen omdat er elders geen huisvesting is. Twee andere versnellers zijn gespecialiseerd in eigen kracht en sport en bewegen. “Dan is het toch leuk om te noemen dat 4 cliënten uit onze regio geselecteerd zijn voor het Nederlandse voetbalteam voor dak- en thuislozen.”

Vooruitkijken

Ondertussen kijkt de regio alvast vooruit naar de nieuwe periode. De gemeenten en de zorgaanbieders willen de huidige financieringsstructuur – op basis van ZZP’s – omzetten naar een financiering met bouwstenen. Het ‘Veluws huis’ noemen ze dat. “Denk aan bouwstenen als wonen, begeleiding, activering, coaching”, zegt Bert. “Allemaal passende blokjes waarmee de aanbieders de zorg nog meer cliëntvolgend kunnen maken. Want ik geloof niet in alles aan de voorkant beschikken. Alsof de gemeente de cliënt beter kent dan de zorgaanbieder.” De manier waarop het Veluws huis tot stand komt is uniek te noemen. “We betrekken uiteraard de aanbieders hierbij, maar dan wel in een klein groepje. In plaats van met 15 aanbieders, zitten we met 5 aanbieders aan tafel. Deze 5 spreken ook namens de andere 10, dat is van tevoren zo afgestemd. Ze hebben het vertrouwen van de anderen dat ze dat op een goede manier doen. Dat aanbieders elkaar vertegenwoordigen is een kenmerk van het vertrouwen dat in onze regio leidend is.”