Sfeerfoto gemeente Veenendaal
© Gemeente Veenendaal

Gemeente Veenendaal deel 2: investering in samenwerking met zorgaanbieders

Met Model Veenendaal 2020 zette de gemeente Veenendaal een heldere visie op het sociaal domein neer. Nu geeft de gemeente het samen met (zorg)aanbieders vorm. Bijvoorbeeld door in pilots met andere manieren van bekostiging te experimenteren. Het uiteindelijke doel is een beweging van zware naar lichtere zorg, zodat kosten, organisatie en kwaliteit in balans komen. Programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein sprak met Gerben Pluim (gemeente Veenendaal), Tjitske Tabak (zorgorganisatie Reinaerde) en een cliënte van de dagbesteding van Reinaerde in Veenendaal.

Eind 2018 lanceerde gemeente Veenendaal een nieuwe visie op het sociaal domein: Model Veenendaal 2020. “Toen we in 2015 begonnen met de transitie was onze visie nog vrij algemeen”, legt Gerben Pluim uit. Hij is strategisch beleidsadviseur bij de gemeente Veenendaal. “We hadden behoefte aan een duidelijker invulling.” Want wat de gemeente wil, is klip en klaar: de beweging van zware naar lichtere zorg verder stimuleren. Alleen dan kan Veenendaal de zorg betaalbaar houden en ondersteuning blijven bieden aan inwoners die het echt nodig hebben. “Met Model Veenendaal 2020 zetten we in op een sterke sociale basis. We willen gebruikmaken van alle partijen die er al zijn: vrijwilligers, professionals, maar vooral ook inwoners. Daar zit de kracht van je samenleving.”

Preventie en verbondenheid

In de sociale basis staan preventie en algemeen toegankelijke collectieve voorzieningen centraal. “Dat is onze opdracht aan het welzijnswerk”, zegt Gerben. “Variërend van activiteiten in een buurthuis of bibliotheek tot voorlichting op scholen, sportverenigingen of een initiatief in de wijk. Voor inwoners moet het de eerste toegang tot ondersteuning zijn.” Naast de sociale basis opereren de wijkteams. “Dat zijn geen wijkteams gericht op zorg en ondersteuning zoals veel andere gemeenten die kennen. Onze wijkteams zijn verantwoordelijk voor een schoon, heel, veilig, leefbaar en toegankelijk Veenendaal. Ze bevorderen inspraak, zeggenschap en eigenaarschap van inwoners, zodat de verbondenheid in de wijk toeneemt. Zij hebben dus ook een preventieve rol.”

4 loketten

Naast de sterke sociale basis is duidelijkheid een belangrijk onderdeel van Model Veenendaal 2020. Inwoners moeten weten waar ze met hun vragen terechtkunnen. “Wij hebben gekozen voor toegang via 4 loketten: Wmo, economie & werk, jeugd en schulddienstverlening”, vertelt Gerben. “Hier worden inwoners door specialisten geholpen. Wij vinden dat passender dan een team generalisten met specialisten op de achtergrond. Nu krijgen inwoners altijd een expert te spreken.” Alle 4 de loketten werken op dezelfde manier. Ze doen een levensbrede uitvraag, om te kijken of er meer aan de hand is, en maken een persoonlijk plan. “De medewerkers van de loketten hebben hiervoor samen trainingen gevolgd. Ze gaan met dezelfde bagage de gesprekken in én ze kennen elkaar. Ze zoeken elkaar dus makkelijker op voor overleg en samenwerking.” Ook (zorg)partners van de gemeente volgden de training. “Partijen waar we veel mee samenwerken, willen we meenemen in ons gedachtengoed.” Uit het gesprek met de cliënte van de dagbesteding blijkt dat de manier waarop de toegang communiceert heel belangrijk is. Bij de intake was er echt aandacht voor haar, maar de verdere berichtgeving via een officiële brief ervaart ze als afstandelijk. Zeker als het om een wijziging in de ondersteuningsbehoefte gaat, vindt ze een persoonlijke benadering belangrijk.

Samenwerking verbeteren

Dat brengt Gerben op een laatste belangrijke pijler van Model Veenendaal 2020: de samenwerking met zorgaanbieders verbeteren. “De centrale vraag is ‘hoe werken al die partijen – sociale basis, toegang en zorgaanbieders – samen?’. Alles grijpt op elkaar in. Je moet aan alle knoppen draaien om het goed te krijgen.” Wat dit dan betekent voor de segmentering van de in te kopen zorg illustreert hij met een voorbeeld. “Als je kunt afschalen, moet je dat ook doen. Een oplossing in de sociale basis kan bijvoorbeeld een goede vervanging van een zorgoplossing zijn. Denk aan collectief aanbod in combinatie met persoonlijke ondersteuning. Maar dan moeten aanbieders wel goed contact met de sociale basis hebben. Anders weten ze niet welke oplossingen er zijn. Als alle radartjes werken zoals wij voor ogen hebben, kunnen we een situatie bereiken waarin de zorg betaalbaar blijft. Waarin kosten, organisatie en kwaliteit in balans zijn. Veenendaal kampt nu met forse tekorten.” De cliënte benadrukt dat een persoonlijke benadering vanuit de gemeente het begrip van inwoners kan vergroten. Als inwoners begrijpen waarom de gemeente bepaalde keuzes maakt, ontstaat meer draagvlak voor hun beslissingen. En dat draagt uiteindelijk bij aan het terugdringen van de tekorten.

Inkopen van experimenten in pilots

Samen met Model Veenendaal 2020 gingen 3 pilots van start: één met Wmo-aanbieders, één met jeugdhulpaanbieders en één op het snijvlak van de Wmo en de Participatiewet. “In de pilots experimenteren we met andere manieren van werken. In de Wmo-pilot bijvoorbeeld, financieren we de individuele begeleiding van een vast aantal cliënten met een lumpsum bedrag. Met de intentie dat we over 2 à 3 jaar 10% meer cliënten kunnen helpen voor hetzelfde bedrag, met dezelfde kwaliteit. Ons gezamenlijke doel is te leren van de pilots. We willen weten of we lumpsum op grotere schaal kunnen toepassen. En zo ja, onder welke voorwaarden.”

Andere dynamiek en meer mogelijkheden

Voor de pilot Wmo-Participatiewet koos Veenendaal voor ontschotting. Gerben: “Het geld voor arbeidsmatige dagbesteding vanuit de Wmo en de Participatiewet komt beide uit de gemeentelijke pot. Het gaat vaak om mensen die vergelijkbare begeleiding nodig hebben. En toch benaderden we ze voorheen vanuit verschillende invalshoeken.” Veenendaal denkt ook samen met (zorg)aanbieders na over de clustering van dagbestedingslocaties. Zo nam Reinaerde in Veenendaal een werk- en dagbestedingslocatie over voor mensen met psychische problemen. “Reinaerde is van oorsprong een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking”, vertelt Tjitske Tabak, projectmanager en adviseur bij Reinaerde. “In Veenendaal werken we nu breder. Op verzoek namen we de arbeidsmatige dagbesteding over van een organisatie die zich alleen nog op beschermd wonen wilde concentreren. Onder de oude wetgeving was dat niet mogelijk geweest. De menging van doelgroepen is heel leuk. Het geeft een andere dynamiek én meer mogelijkheden. De doelen van de groepen cliënten zijn vergelijkbaar. Dan blijkt dus dat je heel goed aan je doelen kunt werken bij een organisatie die een andere oorsprong heeft.”

Inkoop geeft richting aan de uitvoering

Tjitske heeft een positief gevoel bij de manier waarop de gemeente Veenendaal de zorg en ondersteuning nu heeft ingekocht. “We merken dat de gemeente het echt vanuit partnership vormgeeft. Ze hebben een duidelijke visie (red. Model Veenendaal 2020) en baseren daar hun keuzes op.” Keuzes in de inkoop hebben direct effect op de uitvoering. Een voorbeeld is het product ‘logeren’ voor kinderen. “Het uitgangspunt van de gemeente is dat kinderen bij hun ouders wonen. Ze durven beleid te maken en voeren dat vervolgens consequent uit. Bijvoorbeeld door het product ‘logeren’ gewoon niet in te kopen. Daardoor gaan wij naar andere oplossingen kijken. Zoals intensievere zorg thuis.” Ook komt de samenwerking makkelijker van de grond. “Heel mooi vind ik het product ‘coördinatie van zorg’ voor mensen met meerdere problemen. Daarmee stimuleer je niet alleen de samenwerking tussen de betrokken aanbieders, maar ook het principe ‘1 gezin, 1 plan’. De gemeente bood ook een opleiding aan voor coördinator. Alle organisaties werken dus op dezelfde manier.”

Verbindingen leggen

De samenwerking met welzijnsorganisaties moet volgens Tjitske nog verbeteren. “Dat is nodig om verder te ontwikkelen.” Gerben ziet hier een rol voor de gemeente. “We moeten het aanbod duidelijk in kaart hebben en verbindingen leggen. Dat is handig voor aanbieders, maar ook voor de inwoners. Die moeten weten welke aanbieders wij gecontracteerd hebben.” Tjitske denkt dat de gemeente hier zelfs wel wat meer in mag sturen. “Mensen gaan naar de gemeente voor een beschikking en mogen vervolgens zelf kiezen. Maar waar ze voor kiezen, weten ze eigenlijk niet. Bij ons denken ze al snel ‘verstandelijke beperking, dat willen we niet’. Terwijl wij vanuit onze achtergrond goed zijn in het methodisch werken aan doelen. Ik denk dat het beter is als de gemeente mensen minder laat ‘zwemmen’ en een passende organisatie aanraadt.” De cliënte is het hiermee eens. Eerder was er heel veel keuze, nu er minder aanbieders zijn is het al eenvoudiger te kiezen. Maar een gericht advies van de gemeente kan wenselijk zijn.

Over en weer meebewegen

Tjitske is ook positief over de vertrouwensrelatie met de gemeente. “Op casusniveau hebben we nu veel meer contact met de gemeente. Als er meer ondersteuning nodig is, krijgen we via het Wmo-loket snel een nieuwe indicatie. Dat vertrouwen ontstaat doordat we niet alleen om meer vragen, maar ook afschalen als het kan. We bewegen over en weer mee.” Reinaerde is ook aanwezig bij de periodieke gesprekken die de gemeente voert met de belangrijkste aanbieders van jeugdhulp en van Wmo. “Dat doen we om ze mee te nemen in ons gedachtengoed”, legt Gerben uit. “En om te kijken hoe we samen de gewenste beweging kunnen maken. Zo willen we de lokale verbinding versterken.” Die lokale focus ziet Tjitske bij meer gemeenten. “In 2015 kochten heel veel gemeenten samen in. Dat was feitelijk een kopie van de AWBZ. Nu pakken gemeenten meer regie. En geven ze ook duidelijker aan welke doelen aanbieders moeten halen. Een begrijpelijke en goede ontwikkeling, maar voor (zorg)aanbieders ook wel eens lastig. Minder administratieve lasten levert het in ieder geval niet op.”

Aanvullende tips van de gemeente Veenendaal

Maak klantreizen.
‘Van zware naar lichte zorg’ en ‘normaliseren’ zijn belangrijke uitgangspunten. Maar hoe maak je het concreet? Gerben: “Mensen hebben een verschillende beleving bij wat we onder normaliseren verstaan. En voor welke inwoners het geldt. Stel dat Model Veenendaal 2020 werkt zoals het moet. Hoe ziet het er dan uit voor de inwoners? Dat hebben we inzichtelijk gemaakt met een aantal ‘klantreizen’. We hebben bepaalde situaties in het sociaal domein stap voor stap uitgetekend. En vervolgens uitgewerkt in een boek, welke onderdeel is van de inkoopdocumenten. Dat geeft mensen die het model lezen – de raad, inwoners, professionals – een beeld van onze bedoeling.”

Gebruik data en vergelijk te maken keuzes in de inkoop met pilots.
De jeugdhulpregio FoodValley, waar Veenendaal deel van uitmaakt, monitort al bijna 2 jaar de data voor jeugdhulp. Gerben: “We weten hoeveel geld er naar de verschillende partners gaat en krijgen steeds meer inzicht in de ontwikkeling over de jaren heen. Dat is belangrijke informatie met voorspellende waarde. Hierdoor kunnen wij contextueler denken en doen.” Dat zie je terug in de gekozen experimenten welke apart zijn ingekocht. Door gebruik van data is het goed te vergelijken hoe de experimenten zich ontwikkelen en of deze succesvol zijn.