Praktijkverhaal Harderwijk: Geef de praktijk de ruimte om te ontwikkelen

In de regio Noord-Veluwe organiseren 6 gemeenten samen de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten. De wethouders zijn vanuit de inhoud betrokken, gesprekken gaan zelden over geld. Gert Jan van Noort, wethouder van Harderwijk, is de bestuurlijke trekker. Het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein vroeg hem wat daarbij komt kijken. En waarom de regio voor subsidie kiest als inkoopmodel. “Vertrouwen werkt beter dan welk inkoopinstrument dan ook.”

Sfeerfoto gemeente Harderwijk
Beeld: ©gemeente Harderwijk / Gemeente Harderwijk
Sfeerfoto Harderwijk

Sinds 2014 heeft Gert Jan van Noort in Harderwijk het hele sociaal domein onder zich: van passend werk tot passend onderwijs en alles wat daartussen zit. Ook is hij al ruim 6,5 jaar namens de regio Noord-Veluwe trekker voor de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Eerst nog onder de vleugels van Zwolle, maar sinds 2018 fungeert Harderwijk op dit onderwerp als plaatsvervangend centrumgemeente. Omdat je er beter sturing aan kunt geven als je dichterbij zit. En dat klopt. Er gebeuren goede dingen in de regio en er is ruimte voor vernieuwing. En dat allemaal binnen het budget. De regio is – in de woorden van Gert Jan – “vooruitstrevender dan veel andere regio’s”. Vorig jaar sprak het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein met Bert van Putten, beleidsregisseur maatschappelijke opvang en beschermd wonen bij de gemeente Harderwijk. Hij vertelde dat vertrouwen, continuïteit en samen verantwoordelijkheid dragen belangrijke uitgangspunten van de Noord Veluwse aanpak zijn, op alle niveaus. Aan wethouder Gert Jan van Noort de vraag hoe hij die uitgangspunten bestuurlijk tussen de oren krijgt.

Hoe geef je als bestuurlijk trekker vorm aan vertrouwen, samenwerking en continuïteit?

“Het begint ermee dat je erin gelooft, vanuit een visie of een ambitie. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang hadden nooit de hoogste prioriteit in de regio. Vanuit de gedachte ‘als de cliënt begeleid wordt door een organisatie zijn we klaar’. Maar dat is natuurlijk niet zo. Toen de Noord-Veluwe nog onder centrumgemeente Zwolle viel, vertegenwoordigde ik de regio daar. In 2015 publiceerde de commissie Dannenberg haar visie ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Dat sprak ons enorm aan. Het was voor Zwolle en de Noord Veluwe een logische stap in de doorontwikkeling om los van elkaar verder te gaan met maatschappelijke opvang en beschermd wonen.

Nelleke Vedelaar, toen nog wethouder in Zwolle, heeft ons daarin enorm ondersteund. Wij konden verder bouwen op de goede basis die Zwolle had gelegd. Op ambtelijk niveau was er in de regio al vertrouwen en samenwerking, ook met de zorgaanbieders, met beleidsregisseur Bert van Putten als spin in het web. Ook belangrijk was dat de wethouders van de Noord-Veluwe wisten dat er geen financiële risico’s waren. Sterker nog, we blijven binnen het budget. Met het geld binnen de begroting kunnen en willen we innovatieve dingen doen. Zoals een woonzorgmakelaar inschakelen die gemeenten helpt met woonruimte voor mensen die niet langer beschermd hoeven te wonen. Dingen waar de bestuurders trots op zijn. En bestuurders die uitdragen dat ze trots zijn, geeft het vertrouwen op alle niveaus een boost. Zo gaat het groeien. Maar dit gaat natuurlijk niet vanzelf. Als aanjager en verbinder heb ik er best wat tijd in moeten steken. Maar dat doe ik graag, omdat ik erin geloof. Wat trouwens ook helpt: bijna alle wethouders hier hebben dezelfde politieke sociale betrokkenheid. En ze mogen elkaar allemaal.”

Lag er al een visie toen jullie begonnen?

“Zeker, maar bestuurlijk was die nog niet echt verankerd. In 2009 maakten de 6 gemeenten al de eerste gezamenlijke beleidsvisie. Inmiddels zijn we bij de vierde. Als je die 4 beleidsnotities naast elkaar legt, kun je het proces goed volgen. Het laat ook zien dat het tijd kost en dat continuïteit dus belangrijk is. Het heeft ons inmiddels gebracht tot het punt dat wij als gemeenten in vertrouwen de praktijk de ruimte kunnen geven om zich te ontwikkelen. Naar een meer menselijke opvang. Daarover zijn alle betrokkenen continu inhoudelijk met elkaar in gesprek.”

Hoe houd je dat vertrouwen vervolgens vast?

“Door iedereen, inclusief de wethouders, betrokken te houden. Betrokkenheid geeft namelijk vertrouwen. Heel mooi aan onze regio is dat de wethouders betrokken zijn vanuit de inhoud. We hebben het zelden over geld, cijfers of opdrachten. Elke 3 maanden praten we de wethouders bij. Gewoon informeel, met een broodje. We vertellen wat er speelt, we horen de twijfels en de vragen. En als het nodig is, ga ik bij één van hen op de koffie. Maar altijd vanuit de visie, die we samen met het veld hebben gemaakt. Ook belangrijk voor de betrokkenheid is, dat we niet stilstaan. We zijn altijd met nieuwe ontwikkelingen bezig.”

Jullie gebruiken subsidie als inkoopinstrument. Waarom hebben jullie hiervoor gekozen?

“Toen we de rol van centrumgemeente van Zwolle overnamen, was subsidie al het instrument. We wilden niet alles in één keer veranderen. Maar eerlijk gezegd is dat ook niet nodig. Vertrouwen en een veilig klimaat creëren waarin (zorg)partijen elkaar kunnen aanspreken, werken veel beter dan welk inkoopinstrument dan ook. Wij hebben best vervelende casuïstiek gehad hier in de regio, zoals een partner die failliet ging. Dan word je als trekker opeens regiecentrum en moet je zorgen dat cliënten niet op straat komen te staan. We merkten dat de overgebleven partijen het met elkaar en met ons oppakten. Omdat we elkaar kennen en vertrouwen en ons samen verantwoordelijk voelen. Dat is zoveel waard. Dan ga je toch geen inkooptraject met inschrijvingen en alles wat daarbij hoort optuigen?”

Is het niet lastig om partner én opdrachtgever te zijn?

“Dat heb ik nooit zo ervaren. Ik denk dat de rol van ‘opdrachtgever’ meer gevoeld wordt door de (zorg)aanbieders dan door de gemeenten. Wij voelen ons vooral partner. Dat betekent niet dat ik me nooit als opdrachtgever gedraag. Ik wil graag weten wat er allemaal gebeurt. Elke zomer ben ik de ‘oppasser’ op het stadhuis. Burgemeester en andere wethouders zijn dan op vakantie. Een mooi moment voor een zomertoer langs alle beleidsterreinen waarvoor ik werkzaam ben. Dan bezoek ik óók de partners waarover we wel eens signalen krijgen. Laat maar zien dat jullie ons vertrouwen niet beschamen! En ja, we hebben ook wel eens pittige gesprekken met aanbieders. Die moet je als bestuurder ook durven voeren.”

Helpt het dat er geen tekorten zijn in jullie regio? Met andere woorden: zouden jouw collega-wethouders zich meer roeren als er elk jaar een tekort is?

“Dat helpt natuurlijk enorm! Wij begroten realistisch en gericht op de toekomt. Dat geeft rust. Het geld dat we overhouden, verdelen we over de 6 gemeenten. We hebben met elkaar afgesproken dat we het geld gebruiken voor onderwerpen die gerelateerd zijn aan de maatschappelijke zorg. Maar het is fijn dat de wethouders zich geen zorgen hoeven te maken over dit onderdeel. Ze weten dat de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen goed belegd zijn, dat ze er geen discussie over hoeven te voeren met de raad.”

Bevlogen wethouders, transparantie over geld, sleutelfiguren die zich voor langere tijd aan het onderwerp verbinden en daarmee zorgen voor continuïteit, werken vanuit de inhoud in plaats van focussen op tarieven en aantallen, en geloven in de gezamenlijke visie: het zijn de ingrediënten die de Noord-Veluwse aanpak tot een succes maken. “Dat vertaal je niet zomaar in een inkoopmodel”, besluit Gert Jan. “Het gaat er niet om hoe je zegt het te organiseren, maar hoe je het doet.”