Gemeente Rotterdam

Pilot Gemeente Rotterdam: Aanbesteden zonder gunningscriteria

De Jeugdwet en Wmo 2015 worden gewijzigd om aanbesteden in het Sociaal Domein makkelijker te maken. Om te laten zien hoe dit kan werken in de praktijk en op zoek te gaan naar de ruimte die de aanbestedingsregelgeving biedt, worden dit jaar pilots gedraaid. Het programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein is gestart met de eerste pilots om innovatiever en eenvoudiger aan te besteden. Een van de pilots wordt uitgevoerd door de gemeente Rotterdam waarbij een Tussenvoorziening Wmo wordt ingekocht. Het selecteren van goed gekwalificeerde geschikte (zorg)aanbieders staat hierin in eerste instantie centraal. Om vervolgens met deze aanbieders de dialoog over de uitvoering van de opdracht te voeren en zonodig verder te selecteren op de concepten die zij aandragen.

Wat wil men in Rotterdam bereiken?

De ambitie is om Tussenvoorzieningen voor ouderen te ontwikkelen, implementeren en realiseren die het gat dichten tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis voor Rotterdammers met een smalle beurs. Deze Rotterdammers wonen dan zelfstandig, maar met vormen van gemeenschappelijkheid, ondersteuning en zorg nabij. Wonen, welzijn en zorg worden er in samenhang georganiseerd. Om hiertoe te komen, is gepland om maximaal zes opdrachtnemers te contracteren die vanaf 1 november 2020 elk zorg dragen voor het organiseren van een Tussenvoorziening in een samenwerkingsverband van zorgaanbieders, woningbouwcoöperaties en welzijnsaanbieders. De Tussenvoorziening is gericht op ouderen met een lichte tot matige ondersteuningsvraag en dient bij te dragen aan de beleidsuitgangspunten uit het programma ‘Rotterdam, Ouder en Wijzer’. Het samenwerken aan de Rotterdamse opgave voor geschikte(re) woningen voor ouderen, aan een groter maar ook gevarieerder aanbod van woon(zorg)concepten, tussenvoorzieningen en zogenaamde ouderenhubs is eveneens onderdeel van de afspraken gemaakt binnen het Langer Thuis Akkoord 2020-2025.

Hoe sluit het inkooptraject hierop aan?

De Tussenvoorziening is een nieuw soort voorziening. Het inkoopproces dat de gemeente Rotterdam doorloopt, bestaat uit een aanbestedingsprocedure voor sociale en andere specifieke diensten (SAS-procedure) waarbinnen eerst een selectiefase plaatsvindt op geschiktheid van de inschrijver, gevolgd door een dialoogfase waarbij ook geselecteerd kan worden op uitvoerbaarheid en tijdigheid van de opdracht (Tussenvoorziening). Daarmee kan door gemeente en aanbieder samen de nieuwe voorziening vorm worden gegeven.

Selectiefase

In deze procedure wordt in de selectiefase zo veel mogelijk geselecteerd op uitsluitingsgronden, geschiktheids- en selectie-eisen. Deze eisen hebben betrekking op de opdrachtnemer.

Denk daarbij aan de volgende eisen:

  • er mogen geen formele uitsluitingsgronden op de opdrachtnemer van toepassing zijn; dit geldt zowel voor de verplichte uitsluitingsgronden die zijn geregeld in artikel 2.86 van de Aanbestedingswet en voor een aantal van de facultatieve uitsluitingsgronden die in artikel 2.87 geregeld zijn. Een voorbeeld van een facultatieve uitsluitingsgrond is wanneer de inschrijver in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken. Voorbeelden van verplichte uitsluitingsgronden zijn deelname aan een criminele organisatie, fraude, omkoping, witwassen, terrorisme, kinderarbeid of mensenhandel.
  • de opdrachtnemer moet voldoen aan financiële, economische en technische geschiktheidseisen, zoals een aansprakelijkheidsverzekering.
  • de opdrachtnemer moet voldoen aan de gestelde selectiecriteria, zoals:
  1. De opdrachtnemer moet integrale Wmo-arrangementen kunnen leveren in Rotterdam;
  2. De opdrachtnemer moet bij inschrijving contracten hebben met een zorgverzekeraar voor wijkgerichte zorg / persoonlijke verzorging in het kader van de Zvw;
  3. De opdrachtnemer moet een lopende overeenkomst hebben met het zorgkantoor Rotterdam en buiten de Wmo en Zvw ook zorg leveren getypeerd als Wlz-thuis (VPT of MPT);
  4. De opdrachtnemer moet middels een samenwerkingsovereenkomst met een corporatie met woningbezit (positie op de woningmarkt) in Rotterdam duidelijk maken dat zij de samenwerking, bereidheid en betrokkenheid bevestigen om centraal een wooncomplex voor senioren met Wmo-ondersteuning voor de bewoners van het betreffend complex te organiseren, zowel individueel als collectief (Indien de zorgaanbieder niet zelf eigenaar is van het complex);
  5. De opdrachtnemer toont voor afsluiten van de overeenkomst aan dat hij een inbreng (startvolume) van inwoners/cliënten van meer dan 10% van de totale doelgroep heeft, wanneer de Tussenvoorziening start in bestaande gebouwen met ouderen. Hiermee voorkomen we onnodig volume aan cliënten dat logischerwijs zou overstappen;
  6. En de opdrachtnemer moet zich conformeren aan de eisen in het programma van eisen.

Hierbij wordt gekeken in hoeverre de opdrachtnemer geschikt en in staat is de opdracht conform deze eisen uit te voeren. Vanuit de nieuwe wetgeving is het daarbij niet noodzakelijk met offertes en gunningscriteria te werken. De (zorg)aanbieder geeft aan of hij aan deze eisen kan voldoen en toont dit vervolgens voor de dialoogronde aan door de juiste documenten te overleggen. De selectiefase is erop gericht om uitsluitend (zorg)aanbieders te selecteren die de opdracht van de gemeente Rotterdam kunnen uitvoeren.

Dialoogfase

Vervolgens wordt in de dialoogfase de opdracht in samenspraak met de geselecteerde (zorg)aanbieders aan de hand van een aantal thema’s nader geconcretiseerd en worden afspraken hieromtrent vastgelegd in de conceptovereenkomst. De volgende thema’s zullen in ieder geval worden besproken:

  • De wijze waarop en mate waarin de beoogde en logische schaal (100 ouderen) wordt bereikt inclusief de onderbouwing van de verwachte ondersteuningsbehoefte van bewoners (‘mix’);
  • De invulling van het aanbod in de ‘plus’ en activiteiten, bijvoorbeeld in het beantwoorden van de volgende deelvragen:
    1. Hoe worden activiteiten of aanbod opengesteld voor overige bewoners in de buurt;
    2. Op welke manier wordt de levering van zorg verbonden aan het wonen, zodat de doelstellingen van de Tussenvoorziening en het gebruik in lijn worden gebracht;
    3. Op welke wijze wordt de integrale verantwoordelijkheid ingevuld voor het succesvol uitvoeren en volbrengen van (de verschillende aspecten van) de opdracht en hoe wordt voorzien in de samenwerking met welzijnspartners in (netwerken van) de wijk;
  • De aanpak op samenwerken met andere aanbieders die ondersteuning en/of zorg bieden aan bewoners in het complex;
  • Het vormgeven van het cliëntperspectief als vertrekpunt: het denken vanuit de behoefte van inwoners, bestaande doelgroep en gemeentelijke behoefte en diens taken c.q. verantwoordelijkheden om een passende oplossing en inrichting te realiseren;
  • De invulling van actieve samenwerking met de woningcorporatie bij diensten rondom het wonen die gerelateerd zijn aan toezicht /huismeesterschap/(brand)veiligheid;
  • De veranderopgave in het stelsel en het positioneren van de gemeente om betrokkenen succesvol mee te krijgen in de veranderopgave die gepaard gaat met de realisatie van de Tussenvoorziening;
  • Concreetheid in passende ideeën voor de doorontwikkeling, waaronder bijvoorbeeld de rol voor ‘behandeling thuis’ en bekostigingsvormen;
  • Suggesties voor het operationaliseren van monitoring en continu leren bij voorgestelde KPI’s (past performance).

Aan het eind van de dialoogfase hebben de geselecteerde deelnemers en de aanbestedende dienst concepten voor Tussenvoorzieningen die passen bij de aangepaste overeenkomst. Bij meer dan 6 tussenvoorzieningen vindt er een ranking van de Tussenvoorzieningen plaats op uitvoerbaarheid en tijdigheid van de realisatie van de Tussenvoorzieningen. Alleen de 6 meest uitvoerbare en binnen de tijd te realiseren Tussenvoorzieningen worden gecontracteerd.

De beoogde verandering en effecten op gemeenten en aanbieders

Het doel van de nieuwe wetgeving is het vereenvoudigen van het aanbestedingsproces. Met de pilot bij de gemeente Rotterdam wordt gekeken naar vermindering van administratieve lasten voor (zorg)aanbieders en de gemeente. Zij hoeven geen uitvoerige offerte meer in te dienen en te beoordelen. Er kan worden volstaan met het leveren van bewijzen dat zij voldoen aan de organisatorische kenmerken, ervarings-  en selectie-eisen die door de gemeenten zijn gesteld. Ook de administratieve lasten voor de gemeente en aanbieders verminderen omdat een uitgebreide beoordelingsronde van offertes niet meer noodzakelijk is.

In de dialoogronde is er ruimte voor opdrachtgever en opdrachtnemer om de uitvoering van de opdracht op een aantal thema’s duidelijker te krijgen. De overeenkomst kan daardoor beter aansluiten op de opdracht en de gemeente kan bij meer dan 6 Tussenvoorzieningen op basis van in de dialoog benoemde uitvoerbaarheid en tijdigheid een eenvoudige ranking uitvoeren. Kunst is natuurlijk deze zo transparant mogelijk te maken zowel in de dialoogleidraad als achteraf.

Inzicht in de mogelijkheden voor dialoog vertaald naar een procesbeschrijving en handreiking

De publicatie van de selectieleidraad heeft inmiddels plaatsgevonden. Op 12 augustus 2020 heeft er een digitale Inlichtingenbijeenkomst plaatsgevonden waar potentiële inschrijvers vragen konden stellen en men uitvoeriger geïnformeerd is over de tussenvoorziening. Op 31 augustus eindigde de inschrijvingstermijn en ontvangen geselecteerde aanbieders de dialoogleidraad. Daarna volgt een periode van dialoogrondes.

Het programma verwacht ook met deze pilot waardevolle inzichten te verkrijgen in de toegevoegde waarde van een selectiefase, gevolgd door een dialoog waarbij ook in de dialoog nadere selectie zou kunnen plaatsvinden binnen de kaders van de SAS-procedure. De inzichten uit deze en de overige pilots worden verwerkt in procesbeschrijvingen en een handreiking.