Eindrapport ‘Evaluatie AMvB reële prijs Wmo 2015’

Sinds 1 juni 2017 is de AMvB Reële prijs Wmo 2015 van kracht. Het doel van deze AMvB is dat gemeenten reële tarieven hanteren voor maatschappelijke ondersteuning. Dit om de kwaliteit en continuïteit van deze hulp te borgen. In de AMvB worden daarom onder andere elementen benoemd die gemeenten moeten meenemen in de berekening van de prijs van de verschillende vormen van maatschappelijke ondersteuning. In de AMvB staat ook opgenomen dat deze binnen drie jaar wordt geëvalueerd. Bureau Berenschot heeft hiervoor een meerjarig evaluatieonderzoek uitgevoerd in drie fases. De resultaten van de eerste fase en de tweede fase zijn eerder met de Tweede Kamer gedeeld. De resultaten van de drie fasen hebben samen geleid tot de eindrapportage.

Beeld: ©Rijksoverheid / Rijksoverheid
Beeldscherm met rapporten

Stap voorwaarts, maar we zijn er nog niet
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de AMvB een verandering teweeg heeft gebracht. Het overgrote deel van de gemeenten consulteert (zorg)aanbieders bij het vaststellen van kostprijselementen en tarieven. De AMvB heeft bij huishoudelijke hulp (HH2) en begeleiding individueel geleid tot een significant hogere stijging in prijzen dan de overige zorgvormen. Indexatie is voor alle gemeenten de norm, maar een belangrijk onderdeel hiervan wordt niet altijd meegenomen. Het gaat hierbij om het effect van tussentijdse kostprijsontwikkelingen die afwijken van het contractueel vastgelegde indexatiepercentage. Verder is er weliswaar dialoog over de kostprijselementen, maar hierbij is vaak sprake van wederzijds wantrouwen. Daarnaast neemt de discussie over de tarieven veel tijd en geld in beslag en dit zorgt er mede voor dat het gesprek over kwaliteit van zorg minder wordt gevoerd.

Ruimte voor verbetering
De onderzoekers hebben in hun rapport aanbevelingen opgenomen voor een betere uitvoeringspraktijk. Zij geven onder andere de aanbeveling om voor meer wmo-zorgvormen een gratis beschikbaar rekenmodel te maken. Het huidige rekenmodel werd recent al vernieuwd en uitgebreid met de zorgvorm individuele begeleiding. Verder gaven de onderzoekers aan dat het gebruik van dezelfde rekentool en nadere uitwerking van de definities van de in de modellen gehanteerde kostprijselementen kan leiden tot minder verschillen tussen gemeenten. Ten slotte houden zij een pleidooi voor het maken van landelijke afspraken over welke indexatie wordt gebruikt en hoe rekening gehouden wordt met tussentijdse kostprijsontwikkelingen.

Duiding door bestuurlijke begeleidingscommissie
De conclusies en aanbevelingen zijn besproken in een bestuurlijke begeleidingscommissie. Deze commissie bevestigt dat de conclusies uit de rapportage in lijn zijn met hun ervaring uit de praktijk. Zij zien inderdaad dat de AMvB een effect heeft gehad op de tarieven, maar geven aan dat andere ontwikkelingen zoals de invoering van een nieuw functieprofiel Hulp bij het Huishouden ook invloed hebben gehad op de tarieven. De bestuurlijke begeleidingscommissie ziet dat de AMvB heeft bijgedragen aan de professionalisering van de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Hierbij merken ze wel op dat er meer nodig is dan regelgeving om de ingezette ontwikkelingen en investeringen te versterken en te verduurzamen.

Geen verdere regelgeving, wel overlegtafel
De commissie ziet een taak voor de vertegenwoordigende organisaties van gemeenten en branches om goed te kijken of en hoe de bevindingen en aanbevelingen voor aandachtspunten een vervolg kunnen krijgen. De VNG, NDSD en branches gaan een overlegtafel inrichten die erop is gericht gemeenten en aanbieders te ondersteunen bij het versterken van een gelijkwaardige samenwerkingsrelatie en een lerende praktijk. Het ministerie van VWS neemt hieraan deel. Op basis van de evaluatie, de duiding van de begeleidingscommissie, de gemaakte afspraken en het feit dat gemeenten en aanbieders aangeven dat meer regelgeving niet tot een oplossing leidt, heeft de minister van VWS geconcludeerd dat een wijziging van de AMvB op dit moment niet nodig is.